|
|
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
oen waren we nog jong en alleen de melodie bleef ons bij. Al ouderend kwam de tekst zichzelf echter een eerste plaats opeisen, je ging beseffen hoe akelig écht de woorden waren en de melodie ondergeschikt werd. De oorlog liep op zijn laatste benen toen ik genoteerd werd in de geboorteregisters van mijn dorp. Je groeit op in voor- en tegenspoed. Als kind kijkt je op de wereld der vijftigers als naar een museum. Die hadden hun tijd gehad! Die waren aan hun laatste rit toe… Eentje met een leeftijd van drie cijfers was toen bijna ondenkbaar. Maar eenmaal als je verjaardagstaart te klein wordt voor het vereiste aantal kaarsjes dat met je ouderdom overeenkomt, komt er onbewust een ommekeer in je levenshouding. Je kijkt bewuster om je heen. Ziet jonge mensen verhuizen, je weet kinderen geboren worden. Je gaat doodsprentjes bijhouden van bekenden en sporadisch verwelkom je een nieuweling. Die zeldzame vogel is makkelijk bij te houden en staat meteen op de inwonerslijst in je gedachten. Maar ondertussen zijn ook de tijden zo veranderd dat de ‘nieuwelingen’ zich op een andere manier aanpassen in het dagdagelijkse dorpsleven. Ze brengen een andere levenswijze mee. De banden worden niet zo nauw meer aangehaald. Dat is niet de fout van deze mensen maar die van de veranderende tijd. Wanneer je in onze Nieuwstraat passeert, kijk dan eens naar de electriciteistspaal tussen de huizen van nummer 28 en 30. Bekijk hem goed… hier zaten we, jaren terug, iedere zomeravond met de rug er tegen geleund. Bij ons de familie(s) De Reu (rechtover), Van Acker (alias: Gort), Lievens en de Van de Vijvers jong en oud. Hier werd verteld, gelogen, de kleine kinderen bang gemaakt van Osschaert en zijn bende en dit allemaal onder het licht van een schamper brandende straatlamp…TV-loos-gezellig! Maar onze eigen dorpsvisie werd herschreven en hebben we hoogdringend moeten herzien. Dat was niet gemakkelijk. De oude garde, waarvan je dacht dat deze onkreukbaar was, slonk langzaam maar onomkeerbaar zeker in aantal. Op enkele jaren tijd was iedereen ‘met een lapnaam (bijnaam)’ verdwenen en/of gehuisvest achter en rond de kerk. Jaren geleden was die bijnaam een noodzaak. Wie geen bijnaam had, was op het dorp niet gekend. Vaarwel dus aan ‘de rosten H.’ vaarwel aan ‘Julma Tijn’ adieu Teejken Gort’ en al die andere ‘Soesters’. Het leven vliegt met je vooruit. Soms heb je wel eens een ‘klepke’ nodig om stoom af te blazen. Inwonerswissel(s) worden moeilijker verteerd en/of bijgehouden. Begravingen worden een echt afscheid for ever en de lijst der échte Oudemanners, hier geboren en opgegroeide buren, wordt steeds kleiner. De verzameling doodsbeeldjes van gewezen inwoners wordt groter en groter. Vandaag is onze buurvrouw vertrokken naar een rusthuis. Onlangs werd een andere buur met spoed opgenomen in een ziekenhuis en zonder zoeken zet ik een tiental anderen op mijn ziekenboeglijst. De lijst van de zeventig plussers is even lang of nog langer. Opeens kom je tot het besef dat je bij de onmiddellijke opvolgers bent van die ouwe vertrouwde garde en over een paar jaar, als’t goed gaat’, dan sta je op kop. Als je omkijkt zie je honderden vriendelijke maar ‘vreemde’ gezichten. Amper nog een paar ouwe ‘aboriginals’ die overschieten. De rest van het dorp is volledig (ver)NIEUW(d). Zaken waarvan je dacht dat het nooit zou verdwijnen, zijn verdwenen. Afgebroken, verkocht voor het goede doel? Uw dorp werd ‘deelgemeente en heeft dringend bescherming nodig! Een tijdje geleden meldde een trouwe lezer ons zijn adresverandering. Hij verhuisde ook naar een RVT. Hij deed het met een volgende mededeling aan ons: ‘De voorlaatste stap is gezet. Gelieve ’'t Waterlandje in ’'t vervolg te sturen…. Dit realisme zet je aan het denken. Onomwonden écht. Het leven zoals het is. Ieder schrijft zijn deel op zijn eigen manier. Wie schrijft die blijft en papier is geduldig. Thuis heb ik nog een ansichtkaart… Ik heb er veel. Ze zullen me ongetwijfeld allemaal overleven. Ons nageslacht zal er (hopelijk) wel zorg voor dragen.
Het manneke. Als ze samen de wandelpantoffels aantrekken dan gaan pépé en de kleine regelmatig eens de kerk binnen. Niet om enige klantenbinding te verzorgen maar gewoon omdat de kleine zo gefascineerd is door het grote kerkgebouw. Door het regelmatig bezoek en de professionele uitleg die hij daarbij ontvangt, weet hij als de beste waar zijn mémé zit als die naar de mis gaat. En steevast gaat hij eens op haar stoel zitten. Sint-Niklaas kent hij ook. Niet alle verhaaltjes maar dat wat pépé het beste vindt voor zijn jaren. Van de overige leden van de hele bende heiligen weet hij niet zoveel. In de school wordt het niet meer vertelt en waarom zou de oude garde eraan beginnen, want de massa aan heiligen is enorm. Ook thuis wordt niet aan heiligen-binding gedaan. Toen wij
amaai
klein waren en de eerste kleuterklas met vrucht (Godsvrucht) hadden doorlopen, wisten we alles van en over O. L. Heer en zijn entourage. Mét de dichtste al of niet aangetrouwde heiligen maar niks over de kindjes. Nu weten die ventjes alles over de kindjes en niks over Jezus en co. Als grootouder ben je wel van een zwaar stuk levensfilosofie verlost want dat hele heiligengedoe is geen makkelijk onderwerp. Dus bij ieder kerkbezoek met de kleine gaan we wijselijk alle moeilijke vragen uit de weg. Het kan onze relatie enkel maar ten goede komen. Bij het afsluiten van ieder kerkbezoek is de doopvont de afsluitende atractie. Hef mijn eens op pépé zegt de kleine. Das diep hé pépé!, en waarom zou ik hem tegenspreken. De doopvont staat achterin de kerk dus op één wip zijn we dan weer buiten. We kijken eens rechts en daarna eens naar links want de kleine weet ook dat daar de gestorven mensen begraven liggen. En zo beëindigen we telkens weer dit bezoekje. Laatst werd er gevlogen met paramotors in de Calusstraat (Roste Muis) en gingen de kleine en pépé eens gaan zien. We reden door langs de achterkant van de kerk (Appelstraat). Ter hoogte van de pastorie zei de kleine plots: Pépé, hebt ge dat manneke gezien? Ik ,had helemaal geen manneke gezien en bij navraag bleef de kleine beweren een manneke gezien te hebben. Ik rem dus af en draai terug want er zou toch maar eens een schenterventer (afbreker) op het kerkhof moeten ronddolen. Bij de doorkijk achteraan de kerk was niks te zien. Niks, nothing, rien de knots! Wel manneke, waar is dat manneke vraag ik aan de kleine. Hij wijst met zijn beste vingerke naar het tafereel achteraan de kerk (de kalvarie). Kijk daar zie, die grote met die mensen ernaast was het antwoord. En de pépé moest lachen. Van Mega Mindy weet hij alles. Hij kent alle kabouters uit het grote kabouterbos met naam en bijnaam. Maar de Avonturen van Het Manneke achteraan de kerk zijn hem onbekend. De opvoeding anno 2011 is heel wat anders dan die uit de midden vorige eeuw. Waarvan akte.
De kakschool. De ijskoude nieuwjaarsvakantie is voorbij en kleinzoon Lenny staat op de drempel van zijn ko-mende jaren van verstand. Hij gaat naar de kleuterschool, het eerbiedwaardig en kwaliteitsvol ontwikkelingsbegin van heden ten dage, voor iets wat wij vroeger onder de naam kakschool verwoordden. Op zijn Oudemans was dat dan t schijtscholleken. De kleine is er gereed voor. Hij praat als zeven Tamboers en is in een thuiscursus klaargestoomd voor deze grote sprong. Op zijn smal rugje hangt een iets te groot Plop-boekentasje met een knuffel erin en een gepersonaliseerde papa-is-the-best fopspeen voor het geval er door een diep dal moet gegaan worden. Daarnaast ook een paar pampers voor in geval van nood want alle lekkages zijn nog niet honderd procent gedicht. Voorlopig heeft juf Nancy geen last van dat alles bij de peuter. Maar eens thuis gekomen is het binnen het kwartier prijs. Van een kakpotje moet hij niet weten. Hij is nog zo conservatief! Hij verdedigd zijn merkluier met hand en tand, met lijf en ziel, en weigert iedere sluitstorting op of in een klein nietszeggend en naamloos kalpotje. Tot grote ergernis van zijn dichtste omgeving natuurlijk. Wanhoop leidt tot van alles. Juist voor de paasvakantie komt de kleine de school uit met, naast de traditionele paaskleurplaat én konijnenoren op het hoofd, een koffertje aan de hand. Niet zomaar een valieske! Nee, een magisch koffertje met educatieve inhoud zoals een knuffel, WC-potje voor die knuffel en een drietal boekjes van en over het proper kind, om te lezen. Een volledige cursus van de broek naar de pot. Daar de kleine nog geen letter kan lezen is het duidelijk voor wie de boekjes eigenlijk bestemd zijn. De hele familie leeft mee want NU gaat het gebeuren
De mama en de papa zijn er ook klaar voor. Al vrezen ze dat er aan hun werk wel eens een reukje zou kunnen hangen. Het wordt dus voorlezen tot het je de stro(n)t uithangt! Maar t is voor het goede doel en het doel heiligt de middelen zoals het spreekwoord zegt. Paasvakantie!!! Twee weken verlof!!! Moet kunnen!!! Met volle moed wordt toegeleefd naar het afscheid van de pamper. Een eerste poging levert niks op. Waarschijnlijk heeft Lenny de tekst nog niet goed verstaan. Als de eerste sessie een kwartier achter de rug ligt, ligt er nog wat anders achter zijne rug en wordt er alarm geslagen. De beerkar is geweest. De zoveelste pamper is beschreven van onder naar boven, van links naar rechts en vice versa. Niks aan te doen. De aanhouder wint en hoop doet leven. Dagen na de paasvakantie zitten we plots in een andere levensfase met de peuter. De kleine kakt plots op zijn potje maar wil daarbij geen pottenkijkers. Hij zal en wil het alleen doen. Iedereen is in de wolken, maar een volledig vaarwel aan de pamper is het nog niet. Het wordt een vechtscheiding. In de voormiddag met de pot, in de namiddag is het leve de pamper. De berg is hoog, de hindernissen zijn zwaar om te nemen. De snoepjes, als beloning, hebben ook hun intrede gedaan en opeens is de kogel door de kerk. De WC-sessies gaan en komen zonder enig probleem. Zelfs s nachts is er geen plaatselijke neerslag meer te bespeuren ook al zegt het weerbericht iets anders. Hiep, hiep, hoera voor de kleine en voor iedereen die hielp om dat alles te bereiken. En zie
opeens zitten we in een volgende levensfase met de peuter. Een ander hoofdstuk in de opvoeding. Gisteren liet Lenny iets vallen op de grond. Zijn reactie was klaar en duidelijk
God-miljaaaarde!!! Waar zijn de boekjes over het beleefd vloeken. Waar is de literatuur over de kinderkrachttermen. Waar is het evangelie met het hoofdstuk over: Mijn gesprekken met God en hoe haal ik mijn gelijk? Er is nog veel plaats in de boekenkast. WVH
|
![]()
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Site Map |