NOG OUDEMANSE GESCHIEDENIS...

heks

De heksen van den Oudeman.

Over heksen en toverijen zou men vele tientallen bladzijden kunnen neerpennen en evenveel films over maken. In oude sprookjes, in stripverhalen en tekenfilms zijn hekse altijd lelijk en boosaardig. In TV-documentaires zie je ze naakt de zon en de maan vereren. Sinds de middeleeuwen worden ze ook in verband gebracht met satanisme en allerhande gruwelpraktijken. Het verhaal over "de heksen van den Oudeman"  is een verhaal apart. Ook wij hebben onze heksen gekend......

Alles begon bij Digna Dierickx, 23 jaar oud, en meid bij Frans De Maecht, die zelf slechts 27 jaar oud was. Digna moet een beetje licht in het hoofd zijn geweest en daarbij nog een beetje boosaardig van aard. Zij mengde immers kalk met room en zij streek dat mengsel als zalf aan de ogen van de huisvrouw van Frans De Maecht. Men kan zich voorstellen wat daar de gevolgen van waren ! De bazin van Digna huilde van de pijn. Zij werd volledig blind en bleef blind. Haar echtgenoot had eens een ketelaar ontboden, die in de streek rondzwierf en die Jacques heette. Die Jacques beweerde dat hij de vrouw wel kon genezen wanneer hij zijn boeken had, die in Gent lagen. Frans De Maecht leende een paard aan de ketelaar om die boeken te gaan halen. De ketelaar bleef drie dagen weg, maar kwam dan terug om de zieke vrouw te belezen. Na enkele tijd zei hij dat het al wel was en dat hij later zou terugkomen.

De zieke vrouw vertelde dat allemaal aan haar meid Digna en zij hoopte dat Jacques (zijn achternaam kende men niet) haar volledig zou genezen. Maar nu deed Digna iets onverwachts. Zij zei dat het haar schuld was dat de boerin ziek was. Zij vroeg vergiffenis aan de boerin en beloofde dat ze het nooit meer zou doen. Zij had immers kalk in de room gedaan die de boerin gewoon was aan haar ogen te strijken om ze koeler te maken. Had die Jacques misschien het bevel gegeven aan Digna om dit te doen?

In alle geval, toen die Jacques voorgoed weg was, bekende Digna, in aan wezig- heid van de geburen, dat zij gedwongen was ge- weest door haar vijand die haar dikwijls sloeg en op de grond wierp. Zij zegde ook dat Maaiken Bonnoit haar geholpen had om het poeder in de room te doen. Boer De Maecht nam een beetje van die room tussen zijn vingers en hij voelde dat er brokjes kalk inzaten. De baljuw van Waterland, Jan De Deckere, hoorde van die zaak en de mensen ver- telden hem dat er toverij gebeurd was op den Oudeman. Hij wachtte dan ook geen ogenblik langer en ging meteen Digna Diericks en Maaiken Bonnoit aanhouden. Dat gebeurde in Oktober 1661.

Maarten Pante was toen burgemeester van Waterland-Oudeman. Laureins Bertholf, Joos Pauwels, Pieter Hamere, Jacques Baudens, Joris Lippens en Jan Lauwers waren schepenen. Jan De Costere was griffier.

Er was toen echter geen gevangenis op den Oudeman en de twee vrouwen werden geboeid weggevoerd en opgesloten in het huis van de schout, dat niet zeer sterk was. Het had immers lemen wanden en het was tegen de dijk gebouwd. Digna Dierickx en Maaiken Bonnoit werden gepijnigd met "waecken" (wat dat eigenlijk is weet onze bron niet) en Digna zegde tijdens die pijniging dat zij een toverheks was, dat de duivel haar daartoe gebracht had in het jaar 1609, toen zij nog ten huize van Pieter Van Schoonmaker woonde. Zij kwam daarna bij De Maecht wonen, wiens vrouw ziek te bedde lag met de pokken. Haar duivel gaf haar wit poeder in de palm van haar hand en hij zegde dat zij naar Maaiken Bonnoit, huisvrouw van Pauwels Van Gheertruyden, moest gaan om samen wat in het oog van de boerin te doen. Digna toonde dat poeder aan Maaiken en die zei dat zij het in een lepel met room moest doen om de ogen van de boerin sterker te maken. Digna deed dat en de boerin huilde van de pijn en werd blind.

Dat bekende Digna allemaal tijdens de pijniging van 19 oktober 1661. Op 22 oktober werd zij geconfronteerd met Maaiken Bonnoit en zij bleef haar beschuldiging bevestigen. Zij werd dan nog maar eens gepijnigd en zij zegde dan dat zij dikwijls 's nachts met Maaiken gedanst had en nog met andere vrouwen. Maaiken ontkende dat, maar Digna zegde dat zij daar wilde op sterven en in het vuur gaan. Digna zei dus, dat zij wilde sterven op haar verklaring en dat ze ervoor door het vuur wou gaan (dat werd in die tijd letterlijk genomen).

Digna zei veder dat zij getekend was -heksen hadden ergens een merkteken van de duivel - dat zij het goede afgezworen had en dat zij met de duivel "geboeleerd" had. Haar "boel" noemde zij Jacques en met hem had zij bij Maaiken 's nachts gedanst, begeleid door speellieden met violen en muzels. Er waren daar ook nog andere vrouwen bij en Digna noemde hun naam. Maaiken had ook een boel en die heette Barnabas. Op een andere keer was er een vergadering bij Joos Callant en er werd daar grote sier gemaakt en geboeleerd.

Wat kunnen wij van al die bekentenissen geloven? Dat Digna Dierickx betrekkingen heeft gehad met ketelaar Jacques, dat zij zich met hem geamuseerd heeft in de herberg van Joost Callant (die aan de zuidkant van de Brand- kreek stond) en dat zij, op bevel van Jacques, kalkpoeder in de room heeft gemengd om aan de ogen van haar bazin te strijken? Dat Jacques dat niet zelf durfde doen, wijst wel op zijn slechte bedoelingen: de boerin, die toch reeds slecht zag, blind maken om dan misschien gemakkelijker te kunnen gaan stelen. Het speet Digna dat zij dat gedaan had en zij vroeg vergiffenis aan de boerin. In haar onnozelheid dacht zij dat zij aan toverij meegeholpen had. Wanneer men haar pijnigde legde zij allerlei onmogelijke verklaringen af. Wij zouden toch ook alles zeggen om van de pijn verlost te zijn? Het zijn alleen de zeer sterke mensen die hevige pijnen kunnen verdragen.

Digna Dierickx had allerlei dwaze dingen bekend tijdens haar pijniging. Men wilde haar nog meer doen zeggen maar Digna beweerde zwanger te zijn en dat was een reden om haar niet verder te pijnigen. Als Digna werkelijk in verwachting was, dan moest dat van de duivel geweest zijn. Het was echter een geveinsde zwangerschap. Digna gebruikte dit middel om te ontsnappen aan de martelingen. Zij deed nog meer. Op een koele morgen was ze verdwenen uit het huis van de schout, waarin ze met Maaiken Bonnoit opgesloten zat. Zij was nochtans geketend met ijzeren boeien. Digna had zich daaruit kunnen bevrijden. De boeien lagen op de grond en er was een gat gemaakt in de lemen muur.

Uit schrik voor het ontsnappen van Maaiken Bonnoit, voerde men die zogenaamde heks naar Gent waar zij in het Gravensteen werd opgesloten. Haar man kwam bijna iedere dag rond het huis van de schout drentelen en men vreesde dat hij haar zou bevrijden. Digna Dierickx was weggelopen toen de schout, Daneel Van den Winckele, afwezig was en zijn vrouw minder oplettend. Dat kon nu ook met Maaiken gebeuren. Maar nog voor Digna was weggelopen, had zij al haar bekentenissen ingetrokken en ook Maaiken, die op haar beurt gepijnigd werd, had eerst bekend dat zij een toverheks was, maar die bekentenissen achteraf ingetrokken. De griffier van Watervliet, die evenals de baljuw Jan De Deckere op Waterland- Oudeman dienst deed, had nagelaten al die be- kentenissen en ontkenningen te noteren omdat het, naar zijn mening, "al liedekens" waren. Die griffier Jan De Costere en die uitdrukking "het zijn al liedekens" wil zoveel zeggen als de uitdrukking "het is allemaal larie en apekool". Dat moet een verstandige griffier geweest zijn, iemand die geen geloof hechtte aan die hekserij? Zijn nalatigheid werd hem echter kwalijk genomen. Men was ook kwaad op baljuw De Deckere, omdat die zo lang gewacht had vooraleer hij de heksen naar Gent overbracht.

Het is mogelijk dat de baljuw dat onderzoek ook tegen zijn goesting leidde, dat hij ook minder geloof hechtte aan die toverij, maar dat hij de vrouwen wel had moeten aanhouden, omdat de mensen van den Oudeman ze als heksen beschouwden. Burgemeester en schepenen van den Oudeman hadden dikwijls voorgesteld de vrou- wen te berechten maar de baljuw had dat altijd maar uitgesteld, wellicht omdat hij twijfelde aan de ernst van de feiten. Na het overbrengen van Maaiken naar Gent, was alles in handen van de Raad van Vlaanderen, de hogere rechtbank die in Gent zetelde.Maaiken was dus gepijnigd voor zij naar Gent werd overgebracht. Evenals Digna riep zij zwangerschap in tegen die pijniging. De schepenen van Waterland-Oudeman lieten het water van beide heksen onderzoeken door meester Coenraet en die beweerde dat geen van beiden bevrucht was.

Om volledige zekerheid te hebben omtrent de zwangerschap van Digna en Maaiken deed meester Coenraet bloed trekken van beide vrouwen en dat bloed moest dan in hun water ge- daan worden. Wanneer het bloed zonk, waren ze niet bevrucht. De proef viel zo uit en men was op den Oudeman van mening dat geen van beide vrou- wen zwanger was. Men zou dus maar voortdoen met die pijnigingen. Maar, zoals wij gezien hebben, wachtte Digna Dierickx niet tot het zover was. Zij kon vluchten. Maaiken Bonnoit echter werd op de pijnbank gelegd op den Oudeman en in Gent, toen ze daar aankwam. Daar ontdekte men echter dat de arme vrouw werkelijk zwanger was en de pijniging werd niet verder gezet.

Toen Digna Dierickx gepijnigd werd, had zij nog de namen van andere mensen genoemd die bij de hekserij zouden betrokken zijn. Zo was dat het geval met Margriete van Joos Callant, met Tanneken Oultera en met Jozijne Arnouts. Die vrou- wen werden ondervraagd, maar niet aangehouden omdat zij beloofden terug te komen wanneer hun dat gevraagd werd. Jozijne Arnouts echter sloeg op de vlucht en zij werd door de wethouders van den Oudeman met verbanning veroordeeld. Haar oude en zieke man moest het zien gebeuren dat al haar meubelen uit zijn huis verkocht werden. Er was nog een andere vrouw vernoemd geworden. Jeanne Boone namelijk, maar de wethouders van den Oude man kenden haar niet. Zij wisten alleen dat die vrouw soms kwam wassen, schuren of bij de oogst helpen op de parochie. Ook Salomon Martens was vernoemd geworden en men wist te vertellen dat dit een kreupel man was die van Lovendegem of van Zomergem kwam en men had daar gehoord dat hij overleden was. Die man werd door andere getuigen "de meester van Lembeke" genoemd en hij zou zijn vrouw en kinderen betoverd hebben.

Er werden nog andere getuigen ge- hoord die meestal dwaze dingen vertelden. Zo wist Janneken, huisvrouw van Pieter De Coninck, te vertellen dat haar man drie jaar geleden ziek lag en dat er een ketelaar bij haar kwam logeren, die zei dat hij blij was omdat zij nog leefde, want zij was betoverd door Maaiken Bonnoit.

Maaiken, de huisvrouw van Hendrik De Wulf, wist te vertellen dat zij had horen zeggen dat Maaiken Bonnoit vijf jaar terug veroordeeld werd voor toverij. Frans De Maecht, de echtgenoot van de blinde vrouw van wie we de getuigenis die hij afleg- de in Gent reeds vermeldden, vertelde bij zijn eer- ste ondervraging dat Digna Dierickx en Maaiken Bonnoit zijn vrouw betoverd hadden, volgens beken- tenissen van Digna zelf. Hij zegde ook dat Maaiken en haar duivel hand in hand bij Digna kwamen en haar het poeder gaven om zijn huisvrouw te betove- ren. Deze verklaring klopte niet helemaal met wat Digna gezegd had en toen zij haar bekentenissen introk, beweerde zij dat zij zelf betoverd was, ofwel door haar meester (Frans De Maecht) die haar die bekentenissen had opgelegd, ofwel door de ketelaar die door Frans De Maecht op St.-Pieters te Gent gehaald werd om zijn vrouw te genezen. Bij dat intrekken van haar verklaringen zegde Digna dat alles wat zij van andere mensen gezegd had, onjuist was.

We mogen hieruit afleiden dat de ware schuld voor de blindheid van vrouw De Maecht wellicht moet gezocht worden bij haar man en bij die ketelaar. Frans De Maecht kon alle schuld op Digna wentelen en de ketelaar (die men ook soms "beteraar" noemde) werd nooit gevonden.

Digna Dierickx werd in 1613 gevat, naar Gent geleid en door chirurgien Servaas Biebaut onderzocht. Zij werd terug gepijnigd door de scherprechter en werd nadien terechtgesteld, dat wil zeggen verbrand. Een oude sloor, zouden wij zeg- gen, die door haar meester en door een ketelaar misbruikt was geworden.

Wat men met Maaiken Bonnoit ge- daan heeft is niet gekend. Jan Slabbaert getuigde dat hij Digna had horen vertellen dat Maaiken zijn huisvrouw en zijn kind betoverd had. Toen zijn vrouw in het kraambad lag had Maaiken de arbeid van zijn vrouw zes weken verachterd en de vroed- vrouw zegde dat zij niet in huis wilde komen, zolang dat wijf met die lelijke ogen daar nog kwam. Maaiken moet een lelijke oude vrouw geweest zijn en dat was ook al een reden om als heks door te gaan. Trouwens, ook Frans De Maecht en Margriete Slab- baert, zijn blinde vrouw, zegden dat Maaiken bekend stond als een toveres. Misschien heeft het feit dat zij in de gevangenis beviel haar van de dood ge- red want nergens is een tekst gevonden dat ze werd terechtgesteld.

Wat er met het kind van Maaiken gebeurd is, is ook een raadsel. Einde februari 1614 kwam veel volk naar den Oudeman om de verbranding van een heks bij te wonen. Het is niet onmogelijk dat dit Digna Dierickx of Maaiken Bonnoit was.

bron: Historische verkenningen in het Meetjesland door
Daniel Verstraete.

 
  Site Map