120 jaar geleden…DOCUMENT: uit ‘Het Vrij Maldegem’.

Moord op den Oudeman 8/1/1893

 

In de nacht van Dijnsdag op Woensdag is op de kleine gemeente

Waterland-Oudeman, nabij de Hollandse grens een aanslag gepleegd,

die doet denken op de bende van Baekelant.

Daar woont op vijf minuten van het nederig kerkje, een eerbiedwaardige

ongehuwde ouderling, die op tachtig jarigen ouderdom den last van het

burgemeesterschap op zich nam, na dat hij zijn gansche leven aan de

welvaart van zijne dorpsgenoten, als gemeenteraadslid en schepene had

 gewijd, de heer P. J. Predom, thans 84 jaaren oud. Hij leefde daar stil

 en eenvoudig, op zijn eigen plekje, omringd van de lief-de zijner

 medeburgers en twee oude dienstboden. Petrus, bij-genaamd

‘Peetje’ Van de Voorde en Amelie De Clercq, beiden 54 jaren oud.

 

n.v.d.redactie: waar puntjes staan was de tekst onleesbaar.


 

 

Diefstal.

Den avond van de verschrikkelijke fijten… .

…kleine gezin, met een paar geburen…..

…kaartpartijtje gedaan en met den wensch van een gelukkig Nieuwjaar

 waren alle drie gaan slapen. De burgemeester in de kamer links, de meid

 in de voorkamer, de knecht boven.

Kwart na één ure des nachts werd de ouderling al in eens uit zijnen slaap

 gerukt door een schrikwekkende slag op de venster, rechtover zijn bed.

Hij trekt het behangsel op, maar nauwelijks overeind, ziet hij, bij de klaarte

 der maan, twee mannen naar hem springen, die hem met twee flikkerende

messen op zijne borst gericht, den moordenaarsroep toe spreken:

 ‘Uw geld of uw leven’.

Hij had nog slechts één been uit bed en kon zich ternauwernood een gedacht

 geven van wat er moogt gebeurd zijn.

‘Gij hebt geld!’ sprak weer één der mannen, in houtlandse taal (zoo noemt men

 in die streek de taal van het volk, tot onderscheid van het Hollands, dat de taal

der poldergasten is). Gij hebt duizenden franken ontvangen over eenige dagen

van verkochte verkens en vee, wij moeten ze hebben of wij steken u dood!’

De ouderling, die zich niet meer verroeren kon, gevoelde dat alle weerstand

onmogelijk was, zegde, zooveel hem de woorden uit de keel konden, dat hij aan

de dieven de sleutels van zijne kassen zou geven, als ze hem wilden in ’t leven laten.

Daarop lieten ze hem los en hij sukkelde naar de plaats waar zijne sleutels verborgen

 zaten en hij deed één voor één de drie kassen open die in zijne slaapkamer stonden.

De dieven stolen er 130 frank uit terwijl de burgemeester, bevende door al zijne leden,

hen stond te bezien. Zij waren te weeg hun onderzoek voort te zetten,

 toen zij gestoord werden door een veel afgrijselijker toneel.

 

Moord.

Bij de slag op het venster, was de meid, die als gezel is, in de voorkamer,

 opgesprongen en stak haar hoofd in deze plaats, op het oogenblik de

moordenaars door het venster binnensprongen.

Als hadden zij den duivel gezien, was zij naar de achterdeur geloopen,

om hulp te roepen, maar daar stond langs buiten een derde moordenaar,

die haar vasthield en nederwierp op het plankier met zijne knie op haare keel.

‘Gij zult zwijgen!’ riep hij, terwijl hij een moordpriem op hare borst zette.

‘Ja, ik zal zwijgen’, kreet zij.

Intussen was de knecht, bij al dat geweld ook opgesprongen en kwam den

 trap afgeloopen die juist op de achterdeur uit-komt. Bij zijn aankomen, liet

de moordenaar de meid los, die als eene eende de vlucht nam naar het dorp,

en hij viel met zijnen moordpriem onverhoeds den halfslapende knecht aan.

Meteen gaf hij hem een ferme steek in de kaak van om-hoog toegebracht,

schrammen en kleine steken in de kaak en eindelijk eene diepe wonde in de keel,

 die de slagader doorstak. Wanneer hij deze laatste ontving is nog nie gebleken.

Volgens het spoor der voeten in de sneeuw, is hij huilend en bloedend naar de

 woning van den gebuur Désiree Forcée ge-loopen, met zijnen moordenaar achter hem,

 want er staan duidelijk afdruksels van schoens nevens deze van blote tee-nen.

Deze woning staat nevens des burgemeesters, een goede dertig meters er van.

Welnu, nabij de woning is eene plek zichtbaar in de sneeuw, waar er moet

geworsteld zijn. Eindelijk aan de pomp voor de woning van Forcee, ligt er ook bloed.

Daar heeft de ongelukkige den laatste snik gege-ven. Hij was gaan kloppen aan

de woning, maar, daar men meende dat het ‘de half onoozele uit de buurt’ was die

 zo dikwijls ronddoolt, wilde men niet open doen en de doodelijk gekwetste jongman

moest daar blijven liggen en wat het mes des moordenaars niet in eens afmaken kon

 moest de ijskoude van de nacht volbrengen…

Hartverscheurend tooneel! Een onschuldig werkman die alleen om zijne

 tegenwoordigheid bij de plundering van zijnen meester, sterven moet.

Er is gezegd geweest dat hij gedood werd omdat hij geroe-pen had dat hij de

 moordenaars wel kende. De meid, daar-over ondervraagd,

verklaarde dit niet gehoord te hebben.

 

 

 

Vlucht.

De noodkreten van meid en knecht hadden de indringers

toch verontrust. Bij de moord aan de 'achterdeur hadden

de twee dieven uit de slaapkamer van den burgemeester

doen toesnellen en eens buiten, waagden zij het niet lan-

ger meer daar te blijven. Zij lieten alles liggen dat ligt en liepen

 met hun gedrieen over den brandkreekdijk, die vóór de deur ligt,

 den polder in en verder op langs den

eilanddijk. Achter de hofstede van P. De Witte hebben zij

 de handen gewasschen in de

 sneeuw. Daar ook heeft men leederen broekband gevonden

 van drie kleine vingers

breed met roode strepen en smalle leederen uiteinden

en met ijzeren

gesp. Verder heeft men geen spoor meer ontdekt.

 

Bij het lijk.

Er verliep een klein half uur eer de geburen toekwamen. Bij het

lijk van zijn trouwen dienstbode, zat de oude burgemeester

neergehurkt. De grijsaard was alleen in den vreeselijken nacht,

het bloedend spoor gevolgd,

 waar een ……hem heenriep….

… nog een laatste teken van leven bij ... van zijnen meester

en stierf met de zekerheid dat deze tenminste, ongedeerd uit de

handen der moordenaars was geraakt.De geburen hielden klagend

 en huilend de wacht bij het bebloede lijk, dat daar bij de

geheimzinnige klaarte der maan het akelijkste zicht opleverde.

Voeten, borst en hoofd waren ontbloot. De oogen sterlings open

 en de handen

uitgestoken, als vreesde hij nog immer nieuwe wonden van den

onmenselijke aanrander.

Toen dokter Severin van Watervliet om 3 ure, de bestatiging

had gedaan, werd het lijk op een sargie gelegd en alzoo naar de

hofstede gedragen,waar het op zijn bed bleef liggen tot dat

Donderdag voormiddag het parket de lijkschouwing kwam doen.

 

 

Op zoek.

Den zelfden nacht werden de gendarmen van Sint

Laureins en Bassevelde van den afschuwelijken aanslag

onderricht en begonnen aanstonds hunne opzoekingen.

Den zelfden nacht, een half uur voor de moord, hadden

de tolbeambten op Bentille drie mannen den weg naar

Oudeman zien inslaan. Er bestaat bijna geen twijfel of het

waren de drie plichtigen. Niemand echter heeft ze na den

aanslag ontmoet.

Vrijdag der vorige week waren twee bedelaars, op het hof

van den burgemeester geweest en, twee uren nadien, kwam

er nog een derde aan. Het waren alle drie kloeke manskerels

en spraken de taal uit het houtland.

Veel vermoedens rusten op eenen rondleurder van gewone,

maar kloeke gestalte, een witte das rond den hals, en ronde

haren muts, stout en fijn

van gezegde, een echte onbe-schaamde indringer die dezer

dagen veel langs de streek

 van Sint Laureins en Oudeman is gezien, geweest.

Een afdruk van een schoen in de sneeuw met plaaster afgegooten

meet 26 op 8 centimeters.

Dat de aanvallers op voorhand hunne misdaad beraamd moeten

 hebben en men het wel

 op de drie bedelaars mag

hebben, blijkt klaar uit hunne handelwijs, terwijl zij ook op vele

punten bewezen

dat zij maar half, de doening van het huis kenden.

Van op het hof konden zij bij klaren dage door het venster

zien waar de burgemeester sliep, Ook is het langs het venster

 rechtover zijn bed

dat zij plotselings ingevallen zijn en met een sprong hadden

 zij hem vast.

Een bijzonder toeval heeft hen hierin geholpen.

De meid had nu voor de eerste maal van haar leven vergeten

de scheers op de sluiting

der vensterblinden te steken. Zoo konden de indringers van

 langs buiten den tap uittrekken en de vensterblinde openen.

Hoe toch eene kleine vergetelheid het leven van eenen

mensch kan kosten. Maar hoe uitgelegd dat zij de meid niet van

 kant maakt hebben? Het best aannemelijke

is dat de moordenaar, die aan de achterdeur de wacht hield,

verrast, is geweest door den knecht die met zijn leven het hare

 bekocht. Nochtans de meid zegt dat zij reeds los was toen juist de

 knecht aankwam.De moordenaar droeg geenen baard.

De meid heeft dit heel wel gevoeld toen hij haar

omver stiet en met zijn aangezicht op het hare viel. Ook geen

van de drie was zwart

 gemaakt gelijk men eerst zei. Het waren dus wel vreemdelingen.

 De burgemeester

hadde ze anders wel erkend op het oogenblik dat zij zijne

 kassen, roofden.Wanneer de dieven de ruit uitgeslagen hadden,

 deden zij van boven en onder de schuiverkens open en sprongen zoo

door het opene raam.Er was geen hond op het hof ;

ook in de gebuurte was er geen.

 

De bevolking.

Op den Oudeman is sedert Woensdag geen slag meer ge-

werkt. De inwoners houden zich bezig met al de vreemde

leurders in hun geheugen te roepen die zij sedert eenige

dagen ontmoet hebben, ook geen leurder waagt het nog

langs daar om te draaien.

Wanneer Donderdag middag het parket voor de tweede maal

toekwam, werd het gevolgd door al wie kon of dierf. Het hof der

hoeve stond vol met nieuwsgierigen die elkander den weg

aanwezen langs waar de drie moordenaars het waren ontvlucht.

Het parket bestond uit de heeren onderzoeksrechter De Bast,

den Substituut Jansens - de Wissenhove en zijn griffier,

2 wetsdokters een ontleder en gevolgd ook van een

teekenaar om het plan der hoeve op te maken.

Het lijk werd bloot op eene sargie liggende naar de schuur

gedragen door twee werklieden. Dit was een pijnlijk oogenblik ;

 de broeder van den overledene weende en elkeen was

diep ontroerd. De wetsdoktoren bestadigen vier

wonden met een moordpriem en met een vaste hand toegebracht,

 gelijk wij reeds zegden, deze in de keel heeft den slagader

afgesneden. Men zegt dat doktor Severan van Watervliet

de meening gehuilt heelt dat zonder de koude, de ongelukkige Van de

Voorde zoo gauw niet zoude gestorven zijn.

 

De overlevenden.

De 84 jarige burgemeester, alhoewel zeer teeder in zijn

hoofd, draagt met bewonderingswaardige kloekte, den

harden schok. Het is een geluk, zegt Hij, dat alles met mij zoo

 rap is gegaan want hadde ik gekunnen,

 ik hadde niet gelaten mij te verdedigen.

Men kent het woord van den heer gouverneur der provintie,

toen over vier jaren hij Waterland-Oudeman bezocht.

Het past aan den Ouden Man zegde hij zulk een kloeken

ouden man tot burgemeester te hebben.

De meid, die ook als bij mirakel niet het minste leed bekomen

heeft, is eene korte,dikke en jollige boerenmeid.

Zij vertelt de gebeurtenissen van den schrikkelijke» nacht

op eene tamelijk gemoedelijke manier, maar zal het zich

nooit vergeven hoe zij de vensterblinde onvermaakt heeft

gelaten.

De vermoorde knecht was sedert twintig jaren bij den

burgemeester. Het was een door brave mensch. De meid

is er sedert elf jaren.

Het eerste gedacht van den burgemeester bij dien vreeselijken

 klop was dat het de gendarmen waren die als naar gewoonte

kwamen voor zijn handteeken.

 

Nog geene aanhouding.

Tot hiertoe is nog geene aanhouding gedaan.

Algemeen is men ontevreden hoe de vreemde rondleurders

niet strenger vervolgd worden, Dikwijls zelfs gebeurt het dat

 een aangehoudene door

 den vrederechter zeer lichtveerdig losgelaten wordt.

Dit ontmoedigt policie en gendarmen.

 Zeker kan het zoo niet beteren.

Men heeft thans andermaal alle recht te onderstellen dat dieven

 en moordenaars bij de rondreizende bedelaars te huis hooren.

In alle gemeenten hebben

de burgemeesters recht de landloopers te verbieden ;

maar het is eene zeer moeilijke taak voor de policie en wij

 moeten het bekennen doorgaans is zij te zwak.

Hoe zal men de landelijke bevolking van die gevaarlijke

kerels verlossen.

 

Depêches.

Wie ons den eerste, de aanhouding van deze moordenaars

meldt, krijgt 5 trank; telegraphisch adres: ’t Getrouwe

Maldeghem. Ook al ander gewichtig telegram of spoedbrief

 in het jaar zal vijfdubbel betaald worden.

Het Fondsenblad, in de weinige regels die het aan die

zaak wijdt, spreekt van 1100 fr. die gestolen zijn ’t was maar

170 f r . gelijk wij zeggen.

 

 

Moord op den Oudeman 18 01 1893 (deel 2)

 

Zaterdag avond toen de helft der oplaag van 't Getrouwe

Maldeghein, gedrukt was, kregen wij bericht vande eerste

echte aanhouding.

Wij staakten het drukken en laschten volgende tijding

indie onze abonnenten niet gehad hebben omdat de

 gazettenin de gemeente reeds rond gedragen waren ot' met

de verzonden :

Op dit laatste oogenblik vernemen wij met zekerheid

de aanhouding van een der

 moordenaars, te-Bassevelde, landsdyk ; hij is dezen

zaterdag avond tien minuten voor zes uren door de gendarmen

 met een bijzonderen tram in Eeklo gebracht.

De toeloop van het volk is onzeggelijk,.Zijn naam is Martens,

zegt men. Dit weten wij niet vast. Hij is oogenblikke!ijk

met den trein van 5 uren 58, naar Gent gedaan.

Zondag ontvingen wij als bevestiging van het bovenstaande

volgenden brief met bijzonderheden, uit offieceuse

bron,.vaai;uit blijkt dat er twee van de moordenaars

naarvolgens zeer zware vermoedens, aangehouden zijn :

 

Watervliet, 7 J a n . Q3, 6 ure 's avonds.

Heden zaterdag van in den vroegen morgend, werden

door de gendarmerie van Eekloo, Sint I.aureins en

Bassevelde,groepen volk naar Bentille opgeleid, ten einde daar

door het Parket van Gent onderzocht en ondervraagd te

worden nopens de moord o p Waterland-Oudeman.

Om 8 uren begonnen de magistraten hun onderzoek.

Een veertigtal personen werden ondervraagd en eenige

huiszoekingen gedaan op den wijk .Landsdijk, onder

Bassevelde.

Deze bewerkingen, die tot in den donkeren avond duurden

 hebben de genaamden Alfons Martens, 27 jaren oud

en zijn broeder Charles Louis Martens 23 jaren, werklieden

op voornoemd gehucht Landsdijk, uit hoofd van zware

vermoedens te hunnen laste gelegd, doen aanhouden.

Alfons Martens is onmiddeüjk met bijzonderen tram naar

Eekloo en vervolgens naar Gent vervoerd, terwijl Charles

naar Bassevelde is gebracht om 's anderendaags morgends

voort naar Gent gebracht te worden.

De menigte volks, toegesneld van alle kanten, was zoo

groot dat de gendarmerie met den laats vertrekkenden

 gevangene, langs achter van het huis van Van Hulse, waar

het onderzoek was gedaan, door het venster naar zijn

rijtuig hebben moeten leiden.

Ook heeft een dier aangehoudenen deelgemaakt der twee

bedelaars, welke, op 3o December laatst, bij den burgemeester te

Waterland-Oudeman zijn geweest, gelijk het stond in 't Getrouwe.

De ter plaats gevonden riem, waarvan in 't Getrouwe

ook gesproken wordt moet insgelijks toebehooren aan

Alfons welke een oudveroordeelde is en reeds gevangenisstraffen

 van 8 maanden heeft uitgeboet, waaronder eene om zijnen

 vader den arm  af te slagen, diefstallen met inbraak enz.

.

Akelige Getuigenis

In een anderen brief, ons zondag toegekomen, staat er

dat het de eigene moeder was van Alfons Martens die verklaard

 heeft in den gevonden riem den broekband van

haren zoon te herkennen.Men vertelt daarover het volgende:

Ten huize van Martens zijnde onderzochten de gendarmen

al zijne kleedingstukken.

Stuk voor stuk moest de moeder uitlegging geven. Dat

is hier zijne zondagsche broek, zegde zij, dat is hier een

van zijn hemden ; dat is hier zijne broekband...,

De onderzoekers hadden, zonder dat zij van iets wist,

den gevonden riem bij de kleedingstukken gesmeten, en

zoo had zij de gevaarlijke bekentenis gedaan...

.

Schrik der Bevolking

Deze aanhoudingen hebben de verschrikte gemoederen

een weinig verstild. Men verlangt vurig welhaast den derden

booswicht aangehouden te zien.

In een poerwinkel onzer gemeente heeft men sedert drie

dagen niet opgehouden buskruid te bestellen aan de

menschen, bijzonderlijk

 buitenlieden, die zich tegen alle voorval verzekeren willen.

Het is niet zonder reden.Wij ontvangen zooeven bericht

van eene nachtelijke inbraak bij M. Louis Potters Vermeersch,

gemeenteontvanger en zaakwaarnemer te Moerkerke.

De huisgenooten hoorden 's nachts gerucht beneden.

Daar de vader der vrouw, M. Vermeersch, landbouwer op

het Molentje, nog immer gevaarlijk ziek is, meenden zij

dat het iemand van de hofstede was die kwam kloppen en

zij verschrikten zoodanig niet. De meid keek door het

dakvenster en vroeg wie daar was. Niemand antwoordde,

maar zij zag een mannenmensch weggaan van het voor-

hofje en in de kasteeldreef verdwijnen. Beneden gekomen

vond men in het kantoor de overblijfselen van sneeuwvoeten

; de vensterblinden waren opengebroken : de dief was langs

 daar ingekomen en op de brandkas zag men hoe hij met een

beitel gepoogd had de deur te doen springen...

Aanstonds heeft M. Potters, den burgemeester onderricht en

een ijverig onderzoek is begonnen zonder echter tot op dit

oogenblik uitslag te hebben gegeven.

Ja het is zeker een benarde tijd en men kan niet te veel

voorzorgen nemen om vensters en deuren te verzekeren.

De bevolking ook kan met de policie medehelpen om

haar in te lichten wanneer een verdachte persoon in de

gemeente omdraait. Zulke kerels kunnen niet gouw genoeg op

hunne plaats zijn te Hoogstraeten of in het gevang.

 

Een derde aangehoudene

Dezen avond ontvangen wij melding van een derden

briefwisselaar dat de genaamde K. F. Van Parijs, uit

Hoogstraeten gevlucht, aagehouden is te IJzendijke in een

klein herbergje waai hij ten vier ure 's morgens van dc

moord komen aankloppen was.

Hij werd aanstonds voor den vrederechter van Kaprijke

gebracht.

Zijn moustache is afgesneden zegt hij te Hoogstraeten.

De drij aangehoudenen zijn dus alle drij baardeloos,

gelijk zij volgens ons verslag, naar de woorden van den

burgemeester en zijn meid zouden moeten zijn.

Van Parijs is Maandag namiddag, onder sterk geleide,

en grooten toeloop van volk van Kaprijke naar Eekloo cn

voort naar Gent gebracht.

Hij was eerst den nacht een paar uren na de moord,

gaan aankloppen bij eenen slachter te IJzendijke om er

huisvesting te bekomen en daar geen intrek verkrijgende,

en vragende naar een huis waar logement gegeven werd, is

hem het herbergje hooger genoemd aangewezen waar, hij

later aangehouden werd in den hoek dèr schouw, door 4

hollandsche gendarmen den rijksveldwachter van IJsendij-.,

ke en de veldwachters van Bassevelde en Watervliet.

Hier zijn thans eenige opeenvolgende berichten..

 

Woensdag, 11 J a n u a r i .

Dezen morgend, om 9 ure-worden

 getuigen onderhoord ten paleize van Justicie te Gent

nopens de Moord en Diefstal, voor den onderzoeksrechter

De Bast.

 

Donderdag. 12 J a n n a r i ,

nieuwe getuigen en de kleederen

van K. F. Van Parijs, waarvan hij zich, had ontdaan, komen» te

 voorschijn.

Donderdag 4 ure namiddag. De gendarmerie van Bassevelde

brengt per rijtuig, van Waterland-Oudeman binnen

de1 echtgenoten Dhallé-Galle, kleine herbergiers aldaar.

Dezelve worden vervoerd met den trein van 3,15 "s avonds

naar Gent ten einde aldaar gehoord te worden in die

zaak. De opgeleide zien er a rm uit en beschaamd.

Vrijdag, i3 Januari. De Getuigen, verleden Woensdag

onderhoord, worden terug geroepen.

Zaterdag, 14 Januari Het verhoor wordt voortgezet en

nieuwe getuigen zijn tegenwoordig.

In het herbergje van Oudeman

 

De echtgenooten Dhallé-Gallc, de herbergiers, die in

betrekking der moord-diefstal aangehouden zijn, hebben

5 kinderen.

Men zegt dat het in hun herbergje is dat de moordenaars

raad geschoren hebben, dat het het daar is dat zij vernamen

dat de burgemeester geld had en dat zij daar ook het

gestolene gedeeld hebben.

Die herbergiers zouden dus als verheelers en medeplichtigen

van ver optreden.

Toen de gendarmen in het herbergje vielen, vonden zij

de vrouw alleen te huis, bezig met aardappelen te schillen.

Een ooggetuige vertelt dat de gendarmen haar op den

stoel bonden en dat zij moest zeggen waar heur man was,

die terwijl zij daar zat weldra ook geknipt werd, waarna

zij op een karreken werden naar Bassevelde gevoerd. Hunne

kinderen zaten bij hen en gansch het dorp, liep er

roepend en dreigend achter.

Onze briefwisselaar uit Watervliet spreekt van zeer

zwaarwichtige tijdingen, die wij voor alsnog niet mogen

 uitbrengen, maar zoo mogelijk tegen toekomende week

in ons blad zullen verschijnen.

Wij moeten hulde brengen aan dc gendarmen en policie

der streek die met uitnemenden ijver deze zaak hebben

ontgonnen.

Hier zijn thans eenige opeenvolgende berichten..

 

Woensdag, 11 J a n u a r i .

Dezen morgend, om 9 ure-worden

 getuigen onderhoord ten paleize van Justicie te Gent

nopens de Moord en Diefstal, voor den onderzoeksrechter

De Bast.

Donderdag. 12 J a n n a r i , nieuwe getuigen en de kleederen van

 K. F. Van Parijs, waarvan hij zich, had ontdaan, komen»

te voorschijn.

 

Donderdag 4 ure namiddag.

 De gendarmerie van Bassevelde

brengt per rijtuig, van Waterland-Oudeman binnen

de1 echtgenoten Dhallé-Galle, kleine herbergiers aldaar.

Dezelve worden vervoerd met den trein van 3,15 "s avonds

naar Gent ten einde aldaar gehoord te worden in die

zaak. De opgeleide zien er a rm uit en beschaamd.

Vrijdag, i3 Januari. De Getuigen, verleden Woensdag

onderhoord, worden terug geroepen.

Zaterdag, 14 Januari Het verhoor wordt voortgezet en

nieuwe getuigen zijn tegenwoordig.

 

Begraving van het slachtoffer

.

Donderdag namiddag, na dat het parket vertrokken was,

is net lijk van Pietje Vandevoorde, begraven.

De wetsdoktoren hebben het vel van zijn hoofd afgestroopt,

de doodsteek gemeten, de kakebeenen (die ook doorstoken waren,

 uitgenomen om alles mede naar Gent

te dragen. Dan is het lijk in eene kist gelegd en toegezegeld.

's Namidags volgden al de geburen in diepen weedom

de akelige doodsbaar en het kleine kerkje was vervuld met

neergeslagene dorpelingen. Wanneer de kist in het graf

zonk, vielen allen neder op de besneeuwde zoden van den

doodsakker en baden, tusschen verzuchtingen en geween

liet De Profundis voor de ziel van den braven man die zoo

plotslings door het mes eens moordenaars, voor

rechterstoel was verschenen.

 

05 02 1893 Waterland-Oudeman.

De nachtelijke inbraken zijn nog niet gedaan.

Verleden week hebben dieven een vet varken van rond

de 200 kilos uit het kot gehaald van eenen landbouwer

op den Oudeman. Zij hebben het dier op den boomgaard zelf

gedood, de ingewanden uitgehaald en den kop afgesneden.

Dat alles hebben zij laten liggen en zijn met de

rest vertrokken.

 

Schrikkelijke Moord 29 01 2013

bij den Burgemeester van Waterland Oudeman.

(Nadere bijzonderheden.)

De valsche baard waarvan wij in ons nummer van verleden

Zondag spraken, is door de gendarmen van Sint

Lauryens gevonden op 7 Januari, achter de hofstede van

 Petrus De Witte, Oudeman, dus op de plaats waar ook de

 broekband van Alfons Martens gevonden is.

Men verwittigde ons dat deze week nieuwe opzoekingen

 zouden gedaan worden en men beloofde ons be-langrijk nieuws.

Wij hebben echter niets ontvangen.

Van Parijs blijft zitten en Versluvs blijft los.

Daarmee weet men nog niets van den derden dader.

Is 't Van Parijs ? Niemand weet het. Zijn voorgaande

pleit niet te zijner verschooning. Men oordeele.

Karel-Francies Van Parijs is in 1865 geboren te Hansbeke,

voddegaarder van beroep en over een paar jaren getrouwd

met Mavie De Leu, in 1872 te Bassevelde geboren.

Van Parijs staat als een der slimste landdieven van

Vlaanderen aangeschreven en heeft, ofschoon nog jong,

eene gansche historie van veroordeelingen achter zijnen rug.

Als voddengaarder drong hij de huizen binnen en wist

daar iedermaal de gelegenheid af te spieden om eenen slag slaan.

 Na dieften genoeg in de eene gemeente gepleegt te hebben,

kraamde hij daar in eens met zijn huisgezin op om zijne tent in

 eene andere gemeente neder te slaan.

Alzoo verbleef hij een tijdje nu hier dan daar, en zwierf er den

omtrek, nu eens als voddengaarder, dan eens als koopman

 van antikiteiten af. Het was als koopman van oudheden dat die

slimme kerel over jaar de boeren hoven van Waterland- en

St-Laureins afliep én -bij den landbouwer De Pauw een zilveren

zakuurwerk van den muur wist weg te knappen.

Laatst verbleef Van Parijs op Waarschoot ; na een paar maanden in

1892, kwam hij te Eecloo wonen ; drie maanden later was hij op

Bassevelde gevestigd. Hij zwierf in de omstreken van Nevele rond,

 wanneer hij onlangs, door de gendarmerie aangehouden,

tot een jaar opsluiting in het Bedelaars werkhuis van Hoogstraten

 veroordeeld werd"

Een paar dagen voor de inbraak en de moord bij den

burgemeester te Waterland-Oudeman brak Van Parijs te Hoogstraten

 het Bedelaaatswerkhuis uit. Den daag na de misdaad te

Waterland-Oudeman viel hij in de handen van de marechaussee te

 IJzendijke, die den kerel aan den wachtmeester Wautrin van

 Bassevelde overleverde.

Met Karel en Alphons Martens maakt Karel-Francies

Van Parijs een drietal uit, die elkaar wel weerdig zijn.

Oudeman-Waterland is nu van alle rondloopers gezuiverd.

Daar is ook geen huis meer waar nu geen mannemensch

komt slapen.

 

 

5/8/1983 Moord op Waterland- Oudeman.

 

BEKENTENISSEN.

Al de dagbladen melden dat Charles Louis Martens,

de jóngste der twee ter dood veroordeelde broeders,

bekentenissen heeft gedaan en nog twee andere

 medeplichtigen heeft aangeduid die aanstonds moesten

 aangehouden worden. Dit eerste kan waar zijn, het tweede

 niet. Wij hebben persoonlijk om inlichtin-gen uit geweest.

Men zegt dat hun advokaat hij

Charles Louis kwam in de gevangenis en hem zeer

opgeruimd vond.

Waarom zijt gij zoo blijde? vroeg hij.

Wel, als ik braaf ben, zal ik er met twee jaar van af zijn.

Zoo, zoo !

Ja, 't is de cipier die mij dat gezegd heeft.

Ongelukkig voor u jongen is het zoo niet.

Hebt gij het op het tribunaal niet gehoord dat gij ter

dood veroordeeld zijt ?

Gansch uw leven zult gij in het gevang blijven....

Hierop viel de jonge Martens aan 't weenen:

Als ik nu toch er niet meer uit kan, -zegde hij,

zal ik het al zeggen.

En 't zou dan geweest zijn dat hij bekentenissen deed

voor den procureur' en er nog twee andere medeplichtigen

 bij noemde. Dat hebben wij gehoord te Bassevelde.

Het Brusselsche dagblad l'Etoile

Belge noemt de namen der twee nieuwe belichten:

 De Smet en Van de Rostyne.

Nu dat ze nog niet aangehouden waren

Vrijdag avond (drie dagen na de bekentenis) weten wij,

die voorbij het hof zelf van de Smet zijn geweest.

Zou het gerecht dan de verklaring des veroordeelden

als een verzinsel aanzien ?

Of zouden de dagbladen eenen kwakkel hebben opgedischt ?

 

 

 
  Site Map